Gedragsregels

 

De 11 gedragsregels ter preventie van grensoverschrijdend gedrag in de sport. Voor de term tenniser kan ook padeller gebruikt worden. 

1. De begeleider moet zorgen voor een omgeving en een sfeer waarbinnen de tenniser zich veilig voelt (om te bewegen).

De tennisser moet als mens worden gerespecteerd. Er mag geen onderscheid worden gemaakt naar of nadruk worden gelegd op godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, seksuele gerichtheid, culturele achtergrond, leeftijd, lichamelijke kenmerken of burgerlijke staat. Dat betekent dat de tennisser zich zowel tijdens het sporten maar ook daarbuiten, bijvoorbeeld in de kleedruimtes, veilig moet voelen en het gevoel moet hebben dat hij of zij zich - letterlijk - vrij kan bewegen.

2. De begeleider onthoudt zich ervan de tennisser te bejegenen op een wijze die de tennisser in zijn waardigheid aantast, én verder in het privéleven van de tennisser door te dringen dan nodig is voor het gezamenlijk gestelde doel.

Hierbij gaat het erom dat de begeleider niet onnodig binnendringt in het privéleven van de tennisser, bijvoorbeeld door er vragen over te stellen, afspraken te maken, contact op te nemen enzovoort.

3. De begeleider onthoudt zich van elke vorm van pesten, seksueel (machts)misbruik of seksuele intimidatie tegenover de tennisser.

De begeleider mag zijn specifieke situatie en relatie niet gebruiken voor doeleinden ten eigen nutte die in strijd zijn met zijn verantwoordelijkheid voor de tennisser of die de grenzen van de relatie overschrijden.

Grensoverschrijdend kan bijvoorbeeld zijn:

  • Pesten, buiten sluiten, intimideren
  • bevrediging van eigen seksuele en/of agressieve verlangens
  • een seksueel/erotisch geladen sfeer scheppen
  • de tennisser op een niet-functionele wijze bekijken, waarbij de ogen gericht zijn op de geslachtskenmerken
  • met seksueel gedrag ingaan op verliefde gevoelens, seksuele verlangens of fantasieën van de tennisser
  • vormen van aanranding
  • exhibitioneren

In de (professionele) relatie met de tennisser kunnen bij beide gevoelens ontstaan die zich niet verhouden met de relatie tot het trainen, begeleiden en dergelijke. Deze gevoelens kunnen bijvoorbeeld zijn: verliefdheid, afkeer of agressie

Beide partijen moeten alert zijn op deze gevoelens. De begeleider moet - zelfs als de tennisser dat verlangt of daartoe uitnodigt - dan ook niet metterdaad ingaan op seksuele en/of al dan niet agressieve toenaderingspogingen, dan wel dergelijke toenaderingspogingen zelf ondernemen. Seksuele handelingen en (geforceerde) seksuele relaties tussen begeleider en tennisser worden zeer sterk afgeraden.

Door partijen moeten zo snel mogelijk maatregelen worden genomen om te voorkomen dat deze 'relatie' zich in welke vorm dan ook ontwikkelt. Hierbij kan gedacht worden aan verbreking van één van de twee verhoudingen: de seksuele relatie of de begeleidingsrelatie.

4. Seksuele handelingen en seksuele relaties tussen de begeleider en de jeugdige tennisser tot zestien jaar zijn onder geen beding geoorloofd en worden beschouwd als seksueel misbruik.

Tussen volwassenen en jeugdigen is sprake van een natuurlijk overwicht. Het natuurlijke overwicht van de 'dader' en angst voor de gevolgen maken het vele malen moeilijker om hem 'lik op stuk' te geven bij ongewenst gedrag.

Al dan niet jeugdige tennissers die op het moment zelf wel positief staan tegenover seksueel contact, bijvoorbeeld omdat zij verliefd zijn op de begeleider, realiseren zich vaak pas achteraf dat bij het gebeurde vele vraagtekens zijn te plaatsen. Veelal blijkt dan dat hun eventuele instemming op dat moment niet 'echt' was.

5. De begeleider mag de tennisser niet op een zodanige wijze aanraken dat de tennisser en/of de begeleider deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard zal ervaren, zoals doorgaans het geval zal zijn bij het doelbewust (doen) aanraken van geslachtsdelen, billen en borsten.

Uitgangspunt is dat de tennisser het als seksueel intimiderend ervaart. Dit kan bijvoorbeeld zijn:

  • bij begroeten of afscheid nemen te lang de hand vasthouden
  • iemand naar je toe trekken om te kussen
  • zich tegen de tennisser aandrukken
  • andere ongewenste aanrakingen


De begeleider dient ervoor te zorgen dat daar waar lichamelijk contact noodzakelijk en functioneel is voor de sportbeoefening, dit contact of deze aanrakingen nooit verkeerd - in de zin van seksueel intimiderend - kan worden geïnterpreteerd.

6. De begeleider onthoudt zich van seksueel getinte verbale intimiteiten.

Hierbij kan worden gedacht aan:

  • seksueel getinte opmerkingen en insinuaties, zoals grove taal en schuine moppen, onder het mom van 'dat moet kunnen'
  • het stellen van niet-functionele vragen - vaak onnodig in detail - over het seksleven van de tennisser, bijvoorbeeld over masturbatie, frequentie en vormen van vrijen.
7. De begeleider zal tijdens training(stages), wedstrijden en reizen gereserveerd en met respect omgaan met de tennisser en de ruimten waarin de tennisser zich bevindt, zoals de kleedkamer of de hotelkamer.

Gereserveerd en met respect omgaan met de tennisser betekent bijvoorbeeld dat:

  • de begeleider en de tennisser bij voorkeur niet met z'n tweeën op reis gaan, maar met bijvoorbeeld een extra begeleider of meerdere tennisser
  • de begeleider en tennisser in ieder geval niet op één kamer slapen
  • de tennisser bij voorkeur niet alleen thuis bij de begeleider wordt ontvangen

Gereserveerd en met respect omgaan met de ruimtes waarin de tennisser zich kan bevinden, betekent dat de tennisser zich daar veilig moet voelen, zijn privacy gewaarborgd is en sociale controle niet is uitgesloten. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan:

  • niet zonder aankondiging de kleedkamer of de hotelkamer betreden
  • de deur open laten staan na het binnentreden, tenzij duidelijk is dat beiden behoefte hebben aan een zekere privacy
  • gesprekken dan wel overleg met de tennisser niet in de kleedkamer of de hotelkamer houden, maar in een niet-intieme ruimte. Een uitzondering wordt uiteraard gemaakt voor het coachen tijdens wedstrijden; dan is het veelal noodzakelijk zich ergens rustig terug te trekken.
8. De begeleider heeft de plicht de tennisser te beschermen tegen schade en (machts)misbruik als gevolg van seksuele intimidatie.

Daar waar bekend of geregeld is wie de belangen van de (jeugdige) tennisser behartigt, is de begeleider verplicht met deze personen of instanties samen te werken opdat zij hun werk goed kunnen uitoefenen.

Binnen zijn mogelijkheden heeft de begeleider de verantwoordelijkheid voor de veiligheid en het welzijn van de tennisser. De begeleider zal de daarvoor redelijke en noodzakelijke maatregelen moeten nemen ter voorkoming van lichamelijke en geestelijke schade en misbruik, veroorzaakt door seksuele intimidatie.

De begeleider zal moeten samenwerken met bijvoorbeeld jeugdconsulenten, vertrouwenspersonen of ouders of hen van informatie voorzien. De begeleider zal feiten van vertrouwelijke aard, aan hem toevertrouwd, te allen tijde dienen te respecteren. Er zullen slechts mededelingen aan derden worden gedaan - indien enigszins mogelijk in overleg met de tennisser wanneer de begeleider ervan overtuigd is dat de belangen van de tennisser of zijn omgeving hiermee zullen zijn gediend.

9. De begeleider zal de tennisser geen (im)materiële vergoedingen geven met de kennelijke bedoeling tegenprestaties te vragen.

De begeleider aanvaardt ook geen financiële beloning of geschenken van de tennisser die in onevenredige verhouding staan tot de gebruikelijke dan wel afgesproken honorering Door vergoedingen dreigen de objectiviteit van het handelen en de onafhankelijke positie van de begeleider dan wel de tennisser in het gedrang te komen. Hierdoor kan een voedingsbodem ontstaan voor seksuele intimidatie en seksueel misbruik.

10. De begeleider zal er actief op toezien dat deze regels door iedereen die betrokken is bij de tennisser worden nageleefd.

Indien hij gedrag signaleert dat niet in overeenstemming is met deze regels zal hij de betreffende persoon daarop aanspreken. De begeleider heeft een voorbeeldfunctie. Hij zal maatregelen moeten nemen op het moment dat hij grensoverschrijdend gedrag constateert.

In eerste instantie dient hij de betreffende persoon erop aan te spreken. In tweede instantie het bevoegde gezag, dat wil zeggen het bestuur van een TC de Rauwbraken of KNLTB of de directie daarvan. De tennisser zal ook geholpen moeten worden. De begeleider kan hem bijvoorbeeld verwijzen naar een vertrouwenspersoon of hem helpen een klacht in te dienen.

11. In die gevallen waarin de gedragsregels niet (direct) voorzien, ligt het binnen de verantwoordelijkheid van de begeleider in de geest hiervan te handelen.

Dit betekent dat de begeleider ook alert moet zijn op gedragingen die niet direct seksueel intimiderend zijn, maar wel als grensoverschrijdend worden ervaren. Ook in dit geval dienen door hem passende maatregelen te worden genomen, zoals het aanspreken van de betreffende persoon.